Hoofdmenu openen

Nederlands kabinet: burgerdoden gevallen door Nederlandse aanvallen op IS-doelen in 2015

4 november 2019 

Militairen tijdens het offensief om Hawija

Het Nederlandse kabinet heeft erkend dat er in 2015, ten tijde van de Nederlandse deelname aan de internationale strijd tegen IS, bij twee luchtaanvallen met Nederlandse F-16's op IS-doelwitten in Irak en Syrië vele tientallen burgerdoden zijn gevallen. De betreffende aanvallen vonden plaats in juni en september 2015, in gebieden die op dat moment tot het "IS-kalifaat" behoorden. In totaal vielen er zeker 74 burgerdoden, vermoedelijk zijn dit er in werkelijkheid echter nog een stuk meer.

De eerste aanval vond plaats in de nacht van 3 juni 2015, in de Iraakse stad Hawija. Het doelwit was een bommenfabriek van IS, maar door de explosies werd ook een naburige woonwijk verwoest waar vooral veel vluchtelingen verbleven. Op het moment van de aanval zou er ten onrechte door de Nederlandse luchtmacht van zijn uitgegaan dat er geen mensen in de nabijheid van de fabriek waren, of men zou zich zou hebben gebaseerd op inmiddels verouderde informatie hierover. Bovendien lag er meer munitie in de fabriek opgeslagen dan werd gedacht. Al snel na de aanval werd een Battle Damage Assessment gestart. Op 15 juni meldden Amerikanen aan het Nederlandse ministerie van Defensie dat er bij de aanval behalve IS-strijders ook burgers waren omgekomen. Desondanks liet de toenmalige minister van Defensie, Hennis, op 22 juni − in antwoord op schriftelijke vragen − aan de Tweede Kamer weten dat er geen burgerdoden waren gevallen door toedoen van Nederland. Afgelopen maand werd pas publiekelijk bekend dat dit laatste wel degelijk het geval is geweest; het zou gaan om zeker 70 burgerdoden, maar ooggetuigen die bij de aanval aanwezig waren hebben het over een veel hoger aantal. Een groot deel van de Tweede Kamer verlangde hierop meteen meer uitleg door de huidige minister van Defensie, Bijleveld. Bijleveld erkent nu dat de Tweede Kamer destijds inderdaad verkeerd is geïnformeerd.

De tweede aanval was 21 september 2015 op een woning in het Syrische Mosoel, die voor een hoofdkwartier van IS werd aangezien. Vier familieleden kwamen hierbij om het leven. Over deze aanval hebben de Nederlandse en Amerikaanse overheden lange tijd geen informatie vrijgegeven.

Nabestaanden van de aanvallen kunnen geen aanspraak maken op een schadevergoeding van de kant van Nederland. Wel onderzoekt het kabinet de mogelijkheid een speciaal fonds voor hen op te richten.

BronnenBewerken