Internationaal Gerechtshof veroordeelt Myanmar

24 januari 2020 


Op 23 januari 2020 besliste het Internationaal Gerechtshof (ICJ) dat de Rohingya wel degelijk het gevaar lopen slachtoffer te worden van een genocide. Daarom moet Myanmar noodmaatregelen treffen om dit te voorkomen, mogelijke bewijsstukken voor misdaden veiligstellen, en tussentijds verslag uitbrengen bij het Hof. Het vonnis is opmerkelijk, omdat het Hof zich keert tegen een regering, in plaats van geschillen tussen staten te beslechten. Over de gepleegde misdaden viel nog geen uitspraak, dit kan nog jaren duren.

Aung San Suu Kyi, de facto leider van Myanmar, ontkende niet dat er mogelijk oorlogsmisdaden zijn gepleegd tegen Rohingya-moslims, maar weigerde dit een genocide te noemen. Verhalen van mensenrechtenorganisaties, VN-onderzoekers en vluchtelingen deed ze af als “onvoldoende onderbouwd”. Ze kreeg daarvoor internationale kritiek: er gingen zelfs stemmen op om haar de Nobelprijs te ontnemen.

Het vonnis van het hof is juridisch bindend, maar het Hof heeft geen machtsmiddelen om de uitvoering af te dwingen. Toch is het van grote betekenis, omdat de Rohingya hiermee voor het eerst juridische genoegdoening krijgen.

BronnenBewerken