Eerste Kamer stemt in met verhoging AOW-leeftijd

Klik hier om zelf een nieuwsartikel te schrijven.

11 juli 2012 

Eerste Kamer stemt in met verhoging AOW-leeftijd

Na een urenlang debat met minister Henk Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, is de Eerste Kamer woensdagnacht omstreeks 0:30 akkoord gegaan met het wetsvoorstel om vanaf 1 januari 2013 de AOW-leeftijd geleidelijk aan te verhogen tot 66 jaar in 2019 en 67 jaar in 2023 en vervolgens te koppelen aan de levensverwachting. Bij een hoofdelijke stemming bleken 37 senatoren van de fracties van VVD, CDA, CU, D66 en GroenLinks (soms ook de Kunduzcoalitie genoemd) voor en 31 senatoren van PvdA, PVV, SP, OSF en 50Plus tegen.

De verhoging van de AOW-leeftijd van 65 jaar met één maand heeft voor 200.000 tot 225.000 mensen gevolgen, omdat ze een maand later hun AOW krijgen. De Sociale Verzekeringsbank zal als uitvoerder van de AOW half september de eerste groep, die in januari, februari en maart de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, aanschrijven over wat ze moeten doen en kunnen verwachten. Daarna krijgen mensen een halfjaar van tevoren, net als nu, een brief over de AOW. Dat bevestigde een woordvoerster van de SVB woensdag. Volgens Henk Kamp zal zijn ministerie met de SVB mensen via internet, radio- en papieren advertenties informeren.

De verhoging van de AOW-leeftijd is de eerste sinds de invoering van de Algemene Ouderdomswet in 1957 door de toenmalige minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Ko Suurhoff. Deze kwam in plaats van de toenmalige noodvoorziening voor ouden van dagen uit 1947 van toenmalig minister Willem Drees.

Geleidelijke verhoging

De AOW-leeftijd gaat in 2013, '14 en '15 steeds met 1 maand omhoog en daarna in snellere stappen van 2 of 3 maanden, om in 2019 op 66 jaar uit te komen en in 2023 op 67 jaar. Volgens schattingen is van de maandelijks 20.000 pensioengerechtigden ruim een kwart nog actief op de arbeidsmarkt, waarnaast er een even grote groep al voortijdig met pensioen is. Volgens Kamp is er bewust gekozen voor een geleidelijke verhoging van de AOW-leeftijd. Kamp denkt dat de meesten het missen van een maand of drie aan pensioen 'wel kunnen opvangen', bijvoorbeeld met spaargeld of door de uitkering van hun pensioenfonds naar voren te halen. Ook is het inkomensgat volgens de minister te dichten met een deeltijdbaantje.

Vooral onder ouderen die op dit moment met vervroegd pensioen zijn, worden problemen verwacht. Ze moeten een beroep doen op de voorschotregeling in de aow. Tussen 2013-2015 worden naar schatting jaarlijks 60.000 tot 80.000 mensen in vut- of prepensioenregelingen geconfronteerd met de hogere aow-leeftijd. Van hen zullen volgens Kamp 5000 personen onvoldoende geld hebben om een latere aow-uitkering zelf op te kunnen vangen.

Tegenstanders

De PVV, SP, OSF en 50Plus vinden een hogere AOW-leeftijd nu niet nodig. Ook de PvdA stemde tegen. Volgens de sociaaldemocraten moet wel de pensioenleeftijd omhoog met de vergrijzing, maar moeten ouderen meer tijd krijgen om zich op de verhoging voor te bereiden. PvdA-Senator Han Noten verweet Kamp te breken met het pensioenakkoord waarover al was onderhandeld met werkgevers en vakbonden en waarin de AOW-leeftijd in 2020 een eerste stap van 65 naar 66 jaar maakte. De vakcentrales FNV, CNV en MHP reageerden na de stemmingen ook teleurgesteld dat hun akkoord 'terzijde is geschoven' door de politiek.

BronnenBewerken